Lesprogramma

Lesprogramma kleuters

De kleuter

Het kind tussen 0-7 jaar leert enorm veel. In die mate zal dat later nooit meer gebeuren. Door op deze leeftijd vooral te leren met het hoofd, ga je in onze visie voorbij aan het wezen van de kleuter. De leerkracht speelt in op de kracht van de verwondering die bij de kleuters nog sterk aanwezig is. De kleuter leert met heel zijn wezen, met handen en voeten, ogen en oren en verdient een rijke en veelzijdige leeromgeving.

Aanbod

Kinderen leren in onze kleuterklas onder andere: vaste gewoontes, ordenen, sociaal omgaan met elkaar en mee te leven met de jaarfeesten en de natuur. Er is een rijke taalomgeving met o.a. veel versjes, liedjes, gedichten, toneelstukjes, poppenkast en spelen met de taal.

Er wordt eenvoudig speelgoed van natuurlijk materiaal aangeboden en steeds weer worden de kinderen hierdoor uitgenodigd tot uitgebreid fantasiespel en sociaal gedrag. De bankjes en tafels worden vliegtuigen, huizen, boten, een mollengang of wat ze maar bedenken.

Dagprogramma

Elke ochtend begint met het samenkomen in de kring. De kinderen zingen een ochtendlied, de klassenkabouter wordt wakker gemaakt en de dag begint. Naar buiten en spelen, weer of geen weer. Soms op blote voeten, soms dik aangekleed, maar er kan altijd worden gespeeld.

Binnen wordt er wat gegeten en nemen ze onder leiding van hun juf deel aan een geleid spel wat meestal een seizoenskarakter heeft; bijvoorbeeld een herfstspel.

Er is dan nog tijd voor een activiteit als schilderen, weven, knutselen, boetseren met bijenwas, tekenen etc. Elke dag heeft een vaste activiteit.

Iedere dag wordt er een verhaal verteld. Meestal is dit een sprookje. Na het spelen wordt de klas weer opgeruimd. Daarin krijgen kinderen ook hun eigen taken. Jonge kleuters krijgen een kleine taak, grote kleuters helpen vaak uit zichzelf al ijverig mee.

Wanneer de klas is opgeruimd is het tijd voor de middagboterham. De tafel wordt zorgvuldig gedekt. De kinderen eten hun meegebrachte of op school gebakken brood op en er wordt wat bij gedronken.

’s Middags wordt er o.a. weer buiten gespeeld.

Geïntegreerde groep

De Noorderkroon heeft een kleuterklas waarbij de kinderen van vier tot en met zes jaar bij elkaar in een klas zitten. Daardoor kunnen de jonge kleuters van oudere kleuters leren en andersom. De oudste kinderen worden in hun sociale ontwikkeling gestimuleerd door jongere kinderen te helpen en door een voorbeeld voor hen te zijn. Omdat iedereen een keer jongste en oudste kleuter in de klas is, wisselen de rollen die het kind heeft in de loop van de kleuterperiode.

Lesprogramma van 6 – 12 jaar

Periodeonderwijs

In alle klassen wordt periodeonderwijs gegeven. Dit houdt in dat gedurende drie of vier weken een hoofdvak gegeven wordt tijdens de eerste twee ochtenduren. Het kunstzinnige of creatieve element is een onderdeel van het cognitieve leerproces. De leerkracht zet daarvoor schematiseren, tekenen, bewegen, schilderen, toneelspelen, boetseren of muziek in.

De leerstof wordt klassikaal aangeboden, maar zo dat ieder kind er naar eigen vermogen een verbinding mee kan aangaan. In de verwerking wordt individueel, in groepjes of klassikaal gewerkt. De leerling kan de stof op eigen wijze en naar eigen vermogen verwerken.

De kinderen krijgen als periodevakken voornamelijk de cognitieve vakken zoals rekenen, taal, heemkunde, aardrijkskunde, geschiedenis, plantkunde, dierkunde, natuurkunde en meetkunde.

Na het periodeonderwijs oefenen de leerlingen wat ze ontdekt hebben in het periodeonderwijs of wat de leerkracht nog verder met ze wil oefenen.

Oefenuren

Oefenen kan saai zijn, maar wij richten onze oefenuren zo in dat ze uitdagend zijn en werkplaatskarakter krijgen. Het moet zoemen in een oefenuur. We gaan daarbij uit van de wilsrichtingen van leerlingen of van uitdagende opdrachten, wedstrijdjes en pittige oefenvormen. Het zelf ontdekken wat een regel of wetmatigheid speelt daarin een cruciale rol.

Vaklessen

Naast de al genoemde creatief/kunstzinnige vakken zoals schilderen en boetseren kennen we nog enkele specifieke vaklessen:

Muziek

Tijdens de gehele schooltijd speelt muziek een belangrijke rol in ons onderwijs. In het kinderdagverblijf en de kleuterklas vormen liedjes een groot deel van de gezamenlijke momenten en zingt de leidster versjes van vroeger, liedjes die passen bij het seizoen en wordt zelf muziek gemaakt.

In de eerste en tweede klas wordt er iedere dag gezongen en met behulp van spelletjes ritme en maat geoefend.

De kinderen leren blokfluit spelen. De tafels van vermenigvuldiging kunnen zingend worden geleerd.

Wanneer de kinderen na klas 6 de school verlaten hebben zij ervaring opgedaan met meerstemmig zingen, fluiten en noten lezen. In de muzieklessen is het regelmatig geven van uitvoeringen het concrete einddoel.

Gymnastiek

Vanaf de eerste klas verschijnt het vak gymnastiek op het rooster. In de gymnastieklessen wordt de nadruk gelegd op de balspelen, fantasiespelen, klimmen en duikelen etc. In tal van fantasiespelen komen oer-oude thema‘s terug: jezelf er door slaan, niet bang zijn, durf tonen, samenwerken, eenzaamheid moeten verdragen etc. In die zin is gym een vak voor lichaam, ziel en geest.

De vakleerkracht geeft de gymnastieklessen in het gymlokaal naast de school. Dit vak wordt eens per week een vol uur  gegeven. Vanuit het bewegingsonderwijs wordt aangesloten bij een aantal locale sportevenementen.

Ook hier wordt gewerkt aan een presentatie aan ouders en belangstellenden van wat er is geleerd. Dat kan bijvoorbeeld gaan binnen de krachtige context van een circusopvoering. Sociale vaardigheden worden daar op een vanzelfsprekende wijze geoefend en verzorgd.

Handvaardigheid

Handvaardigheid op de Waldorfschool is een middel kinderen te laten zien waar en hoe producten om ons heen ontstaan. Bovendien wordt vanaf jonge leeftijd het ruimtelijke voorstellingsvermogen bevorderd. Ook het geordend en aanhoudend doordenken wordt gestimuleerd. Van grote waarde zijn de concentratie, de inspanning en volharding die de kinderen oefenen bij het maken van de werkstukken.

Bij handwerken wordt aandacht besteed aan het breien (klas 1), het haken (klas 2), breien, haken, borduren (klas 3), kruissteek (klas 4), dieren van stof, wanten of sokken maken (klas 5), pantoffels of sloffen maken (klas 6).

Bij houtbewerking (vanaf klas 4 of 5) wordt oa. aandacht besteed aan het ontstaan van gereedschappen, het maken van speelgoed en gebruiksvoorwerpen. Snijden, gutsen, zagen en beitelen worden aangeleerd.

Vreemde talen

Vreemde talen worden om twee redenen gegeven. Ten eerste omdat het kind zich moet inspannen hem vreemde klanken van zin en betekenis te voorzien. Dat is zowel voor zijn sociale als zijn taalontwikkeling van belang. De tweede reden is met de eerste vreemde taal aan te sluiten bij de maatschappelijke werkelijkheid. In ons werelddeel is dat het Engels. Dit wordt vanaf de eerste klas als vakles gegeven.

De eerste jaren leren de kinderen in liedjes, spelletjes, tweegesprekken, toneelstukjes  en gedichten de vreemde taal spelenderwijs kennen. Wanneer er op deze manier een zekere mate van vertrouwdheid met de taal is ontstaan, wordt er vanaf de vierde klas ook geschreven en gelezen. Het spreken van de moedertaal gaat dus vooraf aan het schrijven en lezen.